Mijn naam is Bea Friesen-van Heugten, 46 jaar, en getrouwd met Theo. Samen hebben we twee kinderen, een zoon (Daan) en dochter (Isa).
Ik werd geboren in het St. Anna Ziekenhuis, gevestigd in Geldrop, maar we woonden in de Margrietstraat in Mierlo. Mijn moeder Coby van Boven, woont hier nog steeds. Mijn opa en oma-van Boven, woonden destijds ook bij ons in de straat, dus daar waren we kind aan huis. De ouders van mijn vader, Wim van Heugten, woonden in de Marktstraat, en hadden een heerlijke grote tuin, waar we als klein kind vaak speelden. ‘Echte Mierle’se mensen’
Bijna wekelijks hoor ik wel een keer: ‘gij bent er zeker inne van, van Heugten.’ Met trots bevestig ik dat dan.
Wat ik zo leuk vind. Mijn opa zat vroeger op de Johannesschool, daarna mijn vader, later mijn zus en ik, en ook mijn kinderen volgden daar hun basisonderwijs. Nog steeds liepen, meester Hans, meester Leon, en juffrouw Marjan hier rond. ‘Oude vertrouwde gezichten.’
Ons pap was in mijn tijd verkeersbrigadier bij ons op school, en hielp trouw de leerlingen met veilig oversteken bij het zebrapad. Mijn moeder verzorgde ondertussen veel huishoudelijke taakjes op school. Ik heb dit later overgenomen toen mijn kinderen daar op school zaten. Ik vond het leuk om actief bezig te zijn, in en rondom de school. Ik was lid van de ouderraad, en was vaak te vinden als voorleesmoeder in de klas.
Toen ik nog jong was, speelden ik vaak na schooltijd met vriendinnen bij het Lijndje in de buurt, uren hebben we hier rondgehangen op het pleintje. In de weekenden was ik veel te vinden bij de scouting, waar ik graag deelnam aan de vele activiteiten. Veel vriendinnen van die tijd zie ik nu nog wel eens, en bij een weerzien is het altijd weer net zo gezellig als vroeger.
Ik heb altijd al geweten dat ik graag in de zorg wilde gaan werken. Eerste instantie graag met kinderen. Maar toen ik later tijdens een stage, vanuit mijn opleiding Zorg en Welzijn, geplaatst werd bij woonzorgcentrum Savant de Eeuwsels, was ik om. Ik was helemaal op mijn plek in de ouderenzorg.
In 2000 ben ik begonnen bij Huize Bethanië, in het oude gebouw nog. Uiteindelijk werd dit gebouw afgebroken, en werd er plaats gemaakt voor woonzorgcentrum Hof van Bethanië. Ik ging in het nieuwe gebouw werken op de afdeling: kleinschalig wonen met dementerende ouderen. Hier werk ik tot op heden nog steeds. Mijn werk in de zorg is echt mijn lust en mijn leven. Ik geniet hier ieder dag opnieuw van, en zeker in mijn eigen dorp.
Uiteraard waren de laatste jaren in de coronaperiode heftige tijden. De deuren van ons woonzorgcentrum werden gesloten, dit was echt hartverscheurend. Maar ook hier zijn we doorheen gekomen. Ik probeerde, mede ook voor onze bewoners juist te denken aan de dingen die ‘wel’ nog mochten, denken in oplossingen ga je dan automatisch doen.
Het zorgen zit echt in onze familie. Alle vier zijn we te vinden in Bethanië, mijn moeder als vrijwilligster, mijn zus en ik allebei in het zorgcentrum, en mijn dochter Isa loopt nu ook stage bij ons. Mijn moeder zegt altijd: ‘ik heb mijn drie dames in de zorg, dus ik zit gebakken.’
Jarenlang hebben we met een team vanuit Bethanië de carnavalsoptocht meegelopen. Onze naam was: parel van Bethanië. Later werd dat: parel van Mierlo. Onze bewoners gingen de optocht kijken, onder begeleiding van onze werknemers en vrijwilligers, en vonden dit fantastisch. Het was heerlijk om hun blije gezichten te zien als we langskwamen.
In mijn vrije tijd geniet ik, net als ons pap vroeger, van een blokje rondfietsen. Mierlo is echt ‘mijn Mierlo’, mijn wortels liggen hier. Ik heb tussendoor anderhalf jaar in Deurne gewoond, maar ben echt met hangende pootjes teruggekomen. Mij krijgen ze hier echt nooit meer weg.