Mark van der Linden
Het was warm in de huiskamer. Vol verwachting klopte ons hart. Mijn neefje Bram liep rondjes rond de tafel, hij voelde dat het ieder moment kon gebeuren. Tante Anja probeerde hem tot rust te manen, terwijl ze zelf het zeventiende schuimpje in haar mond stopte (ik had ze geteld, omdat ik er zelf maar vier mocht).
‘Zullen we nog een liedje zingen? Dan weten ze waar ze moeten zijn.’ Mijn vader zette vol bravoure ‘Sinterklaas Kapoentje’ in en de hele familie zong mee. Zelfs na drie uitgebreide uitvoeringen bleef het stil buiten. ‘Ik denk nog steeds dat het paard ziek is’, zei mijn broertje. ‘Als alle kinderen in Nederland wortels in hun schoen stoppen, krijgt het paard er in totaal wel een paar miljoen. Die heeft gewoon buikpijn en kan niet zo hard meer lopen.’ Mijn broertje was toen al de slimste van de familie.
‘Stil eens’, riep tante Anja ineens, ‘ik geloof dat ik iets hoor.’ Kleine Bram stopte met ijsberen en bleef stokstijf op zijn plaats staan. Ik rende naar het raam en wilde meteen de gordijnen open trekken, maar mijn vader hield me tegen. We bleven vijf seconden stil, tien seconden, vijftien seconden, twintig. Na ruim een halve minuut hoorden we ineens een doffe klap in de voortuin.
‘Godverdomme’, klonk het van buiten. Het vertrouwde kloppen op het raam bleef uit. Tante Anja veerde op, rende de gang in en verdween uit het zicht. ‘Ze hebben ons gevonden!’ gilde Bram en hij sprong zo hoog dat hij geen pogostick op zijn lijstje had hoeven zetten. Mijn vader sloot snel de deur van de gang en vroeg kalm of er nog iemand een stukje gevulde speculaas lustte.
‘Haal ome Theo’, riep mijn broertje, ‘die is nog steeds in de schuur om drinken te halen.’ Ik keek om me heen, maar niemand maakte aanstalten om in actie te komen. Het viel me nu eigenlijk pas op dat ome Theo niet meer in de kamer zat. ‘Ik haal hem wel’, zei ik, maar mijn moeder verzekerde me dat dat niet nodig was. ‘Hij komt eraan’, zei ze bemoedigend, ‘gaan jullie maar vast bij de voordeur kijken.’
Als door horzels gestoken renden we met zijn allen de gang in. Mijn nichtje Anne ging voorop en knalde vol tegen tante Anja aan. Ze begon te huilen, maar stopte toen tante Anja een grote zak cadeautjes naar binnen droeg. Kleine Bram was niet meer te houden en scheurde meteen een pakje open waar niet eens zijn naam op stond. Toen de volwassenen ons tot rust gemaand hadden, mochten we om de beurt een cadeautje kiezen.
Mijn nichtje Anne kreeg een schildersezel, tekenkoffer, extra viltstiften en een My Little Pony met glitters. Bram juichte toen zijn pogostick tevoorschijn kwam en kreeg verder een blokkenkar en mini drumstel (slecht idee, Sinterklaas). Mijn broertje was dolblij met zijn sterrenkijker, scheikundeset en goocheldoos en ik kon mijn geluk niet op toen ik een lavalamp, Pokémonkaarten én bingomolen kreeg. Toen we bijna alle cadeaus uitgepakt hadden, kwam ome Theo terug uit de schuur. Hij hinkte en had geen drinken bij zich.
Ome Theo: ★★★★★
Mark van der Linden is eigenaar van De Literaire Speelgoedwinkel. Elke maand geeft hij iets of iemand vijf sterren. Reageren kan via mark@literairespeelgoedwinkel.nl.