Vanavond op het Wilhelminaplein…
Het is vandaag vrijdag 31 oktober. Halloween.
Maar in Eindhoven denkt niemand aan pompoenen of griezels — vanavond is het PSV Carnaval op het Wilhelminaplein.
Een groot feest, met licht, muziek, bier en rood-witte confetti.
Toch hangt er iets vreemds in de lucht.
De mist is dikker dan normaal. De bouwlampen flikkeren onregelmatig.
En wie goed luistert, hoort onder het geluid van de soundcheck door… iets anders.
Een lage toon. Een trage fanfare, ergens diep onder het plein.
“De kabels brommen,” zegt een technicus.
Maar dan stopt de muziek ineens.
De speakers vallen stil. De menigte kijkt verbaasd.
Op het grote scherm verschijnt kort een storing — en dan… een flits van goud.
Een stem, zwaar en metaalachtig, klinkt over het plein:
“Alaaf… Lampegat leeft.
Maar wie de kroon draagt… draagt ook de vloek.”
De mensen lachen ongemakkelijk. Ze denken aan een grap van de organisatie.
Tot de grond begint te trillen.
De klinkers onder het podium bewegen. Een wolk van zand en koude lucht stijgt op — en uit die nevel stapt een gestalte met een lange mantel, een scepter van zilver, en een masker dat glanst als glas.
Zijn stem galmt door de mist:
“Ik ben Prins Evolukus I, de eerste en de laatste van Lampegat.
Zolang men feestviert, leef ik voort.
En vanavond… geef ik mijn kroon door.”
De mensen joelen — sommigen uit enthousiasme, anderen uit pure paniek.
De bouwlampen springen aan, de muziek start opnieuw, en de ceremoniemeester grijpt zijn microfoon:
“Dames en heren, het is zover!
Hier is… onze nieuwe Prins Carnaval!”
Maar op dat moment waait de mist open —
en op het podium staat geen bekende Eindhovenaar,
maar een man met dezelfde zilveren scepter, dezelfde fonkelende ogen.
Zijn lach is te breed. Zijn handen te wit.
“Wie ben jij?” roept iemand.
De man kijkt de menigte aan. Zijn stem is niet menselijk meer.
“Ik… ben de opvolger. De Prins van Halloween.
En zolang er in Eindhoven carnaval gevierd wordt,
zal ik blijven waken… onder dit plein.”
Dan knallen de confettikanonnen.
Duizenden stukjes rood en wit dwarrelen naar beneden —
maar tussen de snippers vallen ook kleine grijze vlokken as.
De mist trekt langzaam weg. De muziek zwelt weer aan.
Het feest gaat door, alsof er niets gebeurd is.
Maar wie de volgende ochtend langs het Wilhelminaplein loopt, ziet iets merkwaardigs:
de kroon die gisteravond aan de nieuwe Prins werd gegeven… ligt op het asfalt,
half begraven in zand, koud als steen.
En in de verte klinkt nog één keer die holle stem:
“Alaaf… voor eeuwig.”
Groet van jullie Lampegatse Reporter