“Ik ben Rob Iding, 48 jaar en een geboren en getogen Veldhovenaar. Oorspronkelijk kom ik uit Meerveldhoven en nu woon ik samen met mijn vrouw en dochter in Zonderwijk. Als vrijwilliger zet ik me al jaren in voor de Veldhovense brandweer.
Mijn vader zat vroeger bij de brandweer. Door zijn voorbeeld kwam ik als kind bij de jeugdbrandweer terecht. Hier heb ik tot mijn achttiende bij gezeten. Ik wilde er graag mee doorgaan, maar mijn vader vond dat ik eerst mijn studie moest afronden. Dat heb ik gedaan, waarna ik solliciteerde bij de brandweer. Vanuit hier heb ik nog de brandweeropleiding gevolgd.
Tegelijkertijd werd ik gevraagd om jeugdleider te worden. Dit doe ik nu 28 jaar. Samen met een clubje vormen wij een kweekvijver voor de vrijwillige brandweer. De jeugdleden komen er vanaf hun twaalfde bij. Dan leren wij ze de basiskneepjes van het vak. Vanaf hun vijftiende worden ze aspiranten. Dan gaan ze een stap verder, krijgen ze een brandweerwagen waarmee ze uitrukken en gaan ze naar geënsceneerde brandjes. Als je ziet dat een ploeg zich vormt en dat ze groeien in hetgeen waar ze mee bezig zijn, voelt dat goed. De saamhorigheid blijft mooi, dus ik doe het heel graag.
Vorig jaar vierde ik mijn 25-jarige jubileum als allround brandweerman. In die jaren kom je allerlei situaties tegen. Dat gaat van een afvalbrand en dier in nood tot een woning- en industriebrand of ongevallen met letsel. Het is altijd maar de vraag waar je op uitkomt en dat is ook het spannendste eraan. Op het moment dat wij gealarmeerd worden, laat ik alles uit m’n handen vallen en kom ik meteen naar de kazerne. In principe sta ik dan binnen acht minuten op de plaats van bestemming en dan moet ik aan de bak. Dat vind ik het mooie eraan, het onverwachtse en het schakelen.
De mensen die ons bellen hebben hulp nodig en het is heel dankbaar dat wij daar dan iets voor kunnen doen.
Buiten de vrijwillige brandweer heeft iedereen een hoofdbaan. Zo ben ik schilder van beroep en lopen er bijvoorbeeld ook een verpleegkundige en monteurs bij ons rond. Hierdoor zijn we een gemêleerde eenheid waarbij iedereen wel iets van een ander kan leren. Dat kan heel waardevol zijn tijdens de brandweertaken.
Onze band is heel sterk; het voelt als familie. Elke donderdagavond trainen we met elkaar en daarna verplaatsen we naar de kantine, waar ik verantwoordelijk ben voor het kantinebeheer. Tijdens de oefeningen zijn we heel serieus, maar die derde helft is een stukje ontspanning. Ik blijf graag verbonden aan deze club en wil mijn dertig jaar zeker volmaken.
Een paar jaar geleden heb ik een koninklijke onderscheiding gekregen voor mijn inzet. Dat was heel speciaal. Met een clubje dat veel doet voor en namens de brandweer werd ik onder het mom van een oefening op het gemeentehuis verrast. Toen merkte ik dat Gemeente Veldhoven veel doet voor de burgers en hen écht ziet.
Vroeger was Veldhoven een dorp, het werd een grote gemeente en nu zit het tegen een stad aan. Het dorpse vond ik heel mooi, de gemeente begreep ik en aan het stadse ontkom je niet. Toch geniet ik nog steeds het meest van de gemoedelijkheid. In onze straat wonen mensen met allerlei afkomsten, maar als we onze jaarlijkse barbecue organiseren, is iedereen er bij. Veldhoven heeft dus nog steeds dat dorpse in zich.”